Nauwelijks hulp aanwezig voor jongens in prostitutie

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Naar schatting tweehonderd jongens werken in Amsterdam in de homoprostitutie buiten clubs en escortbureaus. De jongens, veelal tussen de 17 en 25 jaar oud, zijn meestal van huis weggelopen en leiden vaak een zwervend bestaan. Een groot deel van hen is verslaafd aan hard drugs. Maar er is voor hen nauwelijks hulp. Dit staat in de nota "Jongensprostitutie en Hulpverlening", die het Links Akkoord (CPN, PSP en PPR) in Amsterdam dinsdag heeft gepubliceerd. In die nota wordt aandacht gevraagd voor deze jongens, die - anders dan vrouwelijke tippelprostituées - hulp nagenoeg moeten ontberen. Volgens het Links Akkoord is er weinig bekend over deze groep. Ook de jeugd- en zedenpolitie zegt er geen zicht op te hebben. Toch is een aantal facetten van de jongensprostitutie wel duidelijk, aldus het Links Akkoord. De jongens hebben weinig sociale contacten en hebben naast hun "collega's" nauwelijks vrienden. Reden daarvoor is dat hun manier van geld verdienen minderwaardig wordt gevonden, ook in de drugsscene. In de nota staat dat de lichamelijke conditie van de mannelijke tippelprostituées over het algemeen slecht is. De kans op Aids is groot, deels door het gebruik van vuile spuiten en deels door onveilige sex-technieken. Het Links Akkoord wil dat de gemeente deze vorm van prostitutie erkent en zorgt voor hulpverlening. Zo zou er een veldwerker moeten komen, die optreedt als vertrouwenspersoon voor de jongens. Ook stelt het Links Akkoord voor goedkope slaap- en eetgelegenheden voor hen te verzorgen.

bron: 'Nauwelijks hulp aanwezig voor jongens in prostitutie'; Volkskrant; 4 mei 1988