OK magazine 75 nummers terug: nummer 12, april 1988

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Door: Jeroen Maaskant

Vanaf nu wordt deze rubriek niet meer verzorgd door Boysocks maar door onze nieuwe medewerker Jeroen Maaskant. Dit keer is OK12 aan de beurt.

Algemene indruk

Op de cover van OK12 staat een foto van een jongen en een meisje die elkaar kussen. Het nummer is extra dik en staat (wederom) in het teken van het eerste lustrum van Vereniging MARTIJN. Het blad staat echt boordevol artikelen en berichten over (toen) actuele zaken. Het geeft daardoor een goed beeld van de stand van zaken m.b.t. pedofilie anno 1988. Verder staan er veel meisjesfoto's in het blad.

Lustrum

Het op 30 januari 1988 gehouden lustrumfeest ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van MARTIJN was een succes. Zo'n zeventig leden bezochten de dag. Drie mensen hielden een toespraak: Benjamin Roelofsma, de voorzitter van MARTIJN, wijlen dr. Hein Roethof (Tweede Kamerlid voor de PvdA) en sociaalseksuoloog dr. Theo Sandfort. De tekst van de toespraken van de heer Roethof en Roelofsma zijn in zijn geheel overgenomen en te lezen in dit nummer.

Onder de titel 'Feesten of klagen' schetst de voorzitter een beeld van twintig jaar emancipatiestrijd, afgewisseld met persoonlijke herinneringen. Zo vertelt hij hoe hij lid werd van de NVSH-werkgroep Pedofilie. Ook hekelt hij het getto van kinderkamers, scholen en speelplaatsen waarin kinderen worden opgesloten, begrensd door een reeks van ge- en verboden en tal van zaken die voor kinderen taboe zijn zoals seksualiteit en omgaan met volwassenen buiten de opvoedingssfeer. De spreker, zelf opgegroeid in een gereformeerd gezin op het platteland, vertelt over zijn eigen jeugd. Over seks en erotiek werd nooit gesproken anders dan vies of zondig en dan alleen nog als de ouders er achter kwamen. Seks was dus zwaar taboe maar trok juist daarom aan. Er werd volop geëxperimenteerd.

Verder uit hij zijn bezorgdheid over de toen op handen zijnde Wet Gelijke Behandeling. Deze wet moet er onder andere voor zorgen dat mensen niet op grond van hun seksuele geaardheid of voorkeur kunnen worden gediscrimineerd. Wordt de definitie in de wet homoseksuele geaardheid dan zouden pedofielen buiten de (school)deur gehouden kunnen worden.

Te klagen viel er begin 1988 genoeg. Incestaffaires, de zaak Oude Pekela, het verscherpte opsporingsbeleid van justitie, de aanscherping van de richtlijnen inzake kinderporno. Toch was er ook reden om te feesten. Het feit dat MARTIJN vijf jaar betond, dat er een blad werd uitgegeven en het gewoon mogelijk was om zo bij elkaar te komen.

Het is ondoenlijk om hier een samenvatting te geven van de toespraak van de heer Roethof die recht doet aan alle nuances. Daarom beperk ik mij tot een algemene indruk. De spreker levert kritiek op kinderpsychiater dr. Mik die tientallen kinderen in Oude Pekela heeft onderzocht die seksueel misbruikt zouden zijn. Volgens Roethof draagt Mik bij tot moralisering van de ergste soort. Roethof meent dat de bescherming van het kind tot maat van alle dingen wordt verheven. "Op grond van de opvatting dat het kind überhaupt geen erotische gevoelens heeft of daarover mag beschikken, leidt dat in mijn ogen tot moralisering van de ergste soort". Volgens Roethof slaat de morele verrechtsing in de Verenigde Staten naar Nederland over. Hij geeft een beeld van de totstandkoming van de zedelijkheidswetgeving. De wetgeving van toen was nog steeds grotendeels gebaseerd op de wetten van minister Regout uit 1911. Dat het tijdens de grote seksuele revolutie van de jaren '70 niet tot een algehele herziening van de wetgeving is gekomen wijt Roethof aan het feit dat sommige knelpunten al door afzonderlijke wetsvoorstellen waren weggenomen zoals het verbod op echtscheiding en de strafbaarheid van homoseksuele contacten beneden 21 jaar. Verder noemt hij het optreden van mr. A.A.M. van Agt, eerst als minister van justitie en later als minister-president, die een loopgravenoorlog tegen de legalisering van abortus begon, die veel van de energie van de hervormers op het gebied van de zedelijkheidswetgeving opslorpte. Ook de vrouwenbeweging die zich keerde tegen liberalisering van pornografie speelde een rol. Roethof toont zich in het algemeen voorstander van een 'zuinige' toepassing van het strafrecht waar het gaat om seksuele gedragingen en ziet meer een taak voor de hulpverlening. Het valt mij op dat veel ontwikkelingen waarvoor Roethof waarschuwt volledig bewaarheid zijn geworden.

Ook in dit nummer een overzicht van de reacties in de pers naar aanleiding van het lustrum. Waarschijnlijk door het optreden van bovengenoemde gastsprekers was deze aanzienlijk. NRC Handelsblad bericht onder de titel 'Pedofielen terug de bosjes in' en de Volkskrant kopt met 'Roethof beticht psychiater Mik van moralisme'. Verder aandacht voor MARTIJN bij de NOS, VPRO en de VARA. De voorzitter was te gast bij Sonja Barend. Ook MVS-radio (een lokale Amsterdamse zender) en weekblad de Tijd besteedden aandacht aan het lustrum.

Art. 240b

Kinderporno blijft de gemoederen bezig houden. Zo is er een 'Defense Fund' opgericht door Don Mader. Dit is bedoeld om financiële middelen bijeen te vergaren voor het hoger beroep dat is ingesteld in de zaak Mader / Intermale. (Zie ook terugblik no.8). Ook Ruud Hollenkamp, eigenaar van boekhandel Intermale, vraagt in een open brief om daadwerkelijke solidariteit in de rechtszaken waarin hij verwikkeld is. De vereniging kreeg zelf ook te maken met politie en justitie. OK no. 8 werd voor onderzoek meegenomen bij boekhandel Intermale, een Pojkart-kalender werd door de postale recherche in beslag genomen.
Interessant is een interview met de coördinator van het 'Documentatiecentrum Homostudies' beter bekend als het Homodok. De belangrijkste taak van dit instituut was en is nog steeds het toegankelijk maken van alles wat er in Nederland verschijnt op het gebied van homoseksualiteit. Dat begrip wordt ruim gehanteerd, ook travestie, SM en pedoseksualiteit vallen eronder. Zo'n twintig percent van het materiaal betreft pedoseksualiteit. Naast een praktische kant had dat ook een ideologische achtergrond. Tegenwoordig schijnt dat heel anders te liggen. Na uitleg over het soort materiaal wat men verzamelt, onder andere ook homobladen en pedotijdschriften komt het gesprek via het trefwoord waaronder pedoseksualiteit te vinden is op kinderporno. Men verzamelt sinds kort pornografie, dus ook porno met kinderen. Het wordt wel in afgesloten kasten bewaard en is niet zomaar ter inzage. Als er gewelddadige porno met kinderen binnenkomt wordt dat ook opgenomen. Dat is een principiële zaak. "Wetenschap moet zich met alles kunnen bezig houden, hoe verfoeilijk het ook is. In de wetenschap mogen geen taboes bestaan".

En verder

Verder aandacht voor de toen bestaande werkgroep hetero- en vrouwlijke pedofilie van de NVSH. Deze sinds medio 1987 bestaande werkgroep kent huiskamerbijeenkomsten met een wisselend aantal deelnemers. Een gespreksthema wordt ter plekke bepaald. Een aantal excerpten uit erotische getinte lectuur vormt de luchtige afsluiting van dit dikke nummer.

bron: Artikel 'OK magazine 75 nummers terug: nummer 12, april 1988' door Jeroen Maaskant; OK Magazine, nummer 87; oktober 2003