Omschrijving pedofilie in de Homo-encyclopedie van Nederland

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Pedofilie: Pedofilie is een erotische voorkeur voor prepuberale kinderen. Van pedoseksualiteit spreekt men wanneer de pedofiel aan die voorkeur een seksuele invulling geeft. Efebofilie is een erotische voorkeur voor pubers ofwel knapen. De grens tussen pedo- en efebofilie wordt wel gesteld op 12 jaar, maar vanzelfsprekend zijn er jongens die veel eerder of later de puberteit ingaan. Efebofilie wordt meestal als een subvorm van pedofilie beschouwd.

Een voorkeur voor knapen kwam veel voor in het verleden (antropologie). De eros van de klassieke Grieken betrof meestal een relatie tussen een volwassen man en een jongen. Het symposium van Plato gaat vooral daarover. Schrijvers als de Sade, Oscar Wilde, Thomas Mann, Stefan George, André Gide, Konstantin Kavafis en in Nederland Jacob Israël de Haan, Willem de Mérode, Jan Hanlo en Gerard Reve koesterden een voorkeur voor knapen.

Het ideaal van veel homoseksuele mannen en van de eerste homobladen was een knaap zoals gefotografeerd door Wilhelm von Gloeden en zijn collega's, die rond 1900 in Italië en Noord-Afrika werkten.

In de jaren zestig van de vorige eeuw scheidden de wegen van homo's en pedo's en ontstond er naast de homobeweging een pedobeweging. In Nederland namen Edward Brongersma en Frits Bernard het op voor pedofilie en deden zij er onderzoek naar. Sinds twintig jaar is pedofilie sterk in diskrediet geraakt. Aanleiding tot deze morele paniek vormen vooral zedenmisdrijven met kinderen, die voor 1980 waarschijnlijk niet minder voorkwamen dan daarna. De ophef leidde tot paniekverhalen over kindermisbruik zoals in 1987 in Oude Pekela. In dit Groningse dorp zouden 87 kinderen zijn misbruikt, maar ondanks zeer concrete verhalen is er nooit een spoor van bewijs gevonden. Zulke onrust lijkt een uitdrukking te zijn van onzekerheid van ouders over de erotische ontwikkeling van hun kinderen in een geseksualiseerde samenleving. De media doen het tegenwoordig soms voorkomen alsof pedofilie een subcategorie van homoseksualiteit is, terwijl heteroseks met kinderen in en rond het gezin veel vaker voorkomt.

In Nederland deed Theo Sandfort onderzoek naar pedofiele relaties. Hij kwam tot de conclusie dat zulke contacten meestal niet schadelijk zijn. Andere onderzoekers stelden vast dat zulke verhoudingen alleen nadelige gevolgen hebben als de volwassenen geweld gebruiken of daarmee dreigen dan wel macht uitoefenen over de kinderen, zoals ouders of leraren.

Leeftijden, Leeftijdsgrenzen: In Nederland bestond voor 1886 geen 'beschermde leeftijdsgrens' en daarna werd die grens gesteld op zestien jaar: het is voor volwassenen verboden om seks te hebben met jongeren onder die leeftijd. Met het beruchte artikel 248bis kwam die minimumleeftijd voor homoseksuele contacten in 1911 op eenentwintig jaar. In 1971 trok de overheid de minimumleeftijd voor homo en hetero gelijk. Van 1989 tot 2002 mochten volwassenen ook seksuele contacten aangaan met jongeren vanaf twaalf jaar mits die zelf of hun ouders geen klacht indienden. In de nasleep van het Dutroux-schandaal in België is de grens weer op zestien jaar gesteld. Voor werk in prostitutie en pornografie ligt de grens op achttien jaar. De algemene tendens van hogere leeftijdsgrenzen in de zedenwetgeving staat haaks op de ontwikkeling dat jongeren steeds vroeger seksueel rijp zijn, volgens biologen nu rond het twaalfde levensjaar.

bron: Uit het boek 'Homo-encyclopedie van Nederland' onder reactie van Thijs Bartels & Jos Versteegen; Beschrijvingen uit het hoofdstuk 'Homostudies: Pathologisering en emancipatie' door Gert Hekma; Anthos; 2005