Over de vrijheid van meningsuiting

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Een open samenleving veronderstelt democratische instellingen en rechten en vrijheden. Die instituties kunnen alleen functioneren als we ze permanent onderhouden. En daar schort het vandaag aan: we springen steeds slordiger om met de vrijheid van meningsuiting. Vaak met de beste bedoelingen, wat het overigens alleen maar erger maakt. Zo bleek onlangs uit een onderzoek van de Taalunie dat zestig procent van de Vlamingen sommige boeken wil verbieden. En uiteraard behoren we allemaal tot die andere veertig procent, behalve wanneer het concreet wordt. Wat bijvoorbeeld met boeken waarin gore seks of extreem geweld voorkomt? Ja, dat is natuurlijk wat anders. Of waarin de aanhangers of de profeten van een grote godsdienst worden beledigd? Dat kan natuurlijk niet. Of die de slavernij en het nazisme verheerlijken? Daar trekken we uiteraard de grens. [...]

Het ontbreekt vandaag nogal eens aan goede voorbeelden. De politiek blijft wat dat betreft in gebreke. Nogal wat politici bespelen maar twee registers. Er is het doordeweekse, veeleer ambtelijke en verhullende taalgebruik. En er is, voor de hoogdagen en voor de momenten waarop dat politiek nuttig is, de retorische overdrijving, het roepen en schelden. Geen van beide registers is bevorderlijk voor een grondige gedachtewisseling.

Ook partijen en verenigingen, traditioneel de leerschool voor de maatschappelijke meningsvorming en democratie, laten het wat dit betreft afweten. In groeiende mate wordt ook daar het formaat van de televisiedebatten de norm. Het moet allemaal vooral bondig geformuleerd zijn, snel, liefst grappig en nooit diepgaand. Dat moet ons, meer dan dwaasheden als die waarover de Washington Times het had, zorgen baren.

bron: Essay 'Over de vrijheid van meningsuiting' door Patrick Stouthuysen (hoogleraar politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel); www.liberales.be/cgi-bin/showframe.pl?essay&stouthuysen; Liberales; januari 2007