Over seksualiteit

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Door: Frans Gieles

Over het grote taboe

Uit de praktijk

Bij het thema "Sexualiteit en orthopedagogiek" denk ik terug aan één van de groepen, die ik in een jongenshuis als orthopedagoog begeleidde. Die groep was een kruitvat van onbespreekbare spanningen, stiekume ruzies, chantage, wraakakties en gesmoes, waar de groepsleiding geen toegang toe had. Eigenlijk wist iedereen wel wat er aan de hand was. Iedereen wist eigenlijk ook wel dat iedereen dat wist, maar bespreekbaar was het niet: het grote taboe was weer eens in werking: dáár kun je toch niet over praten!

Ik wel. Bij een van de groepsgesprekken (waar ik regelmatig bij was) opende ik eens, na dit met de groepsleiding voorbereid te hebben: "Ja, nu wil ik wel eens beginnen, en iets zeggen wat we allemaal best weten, maar niemand durft het te zeggen: jullie vrijen nogal met elkaar. Dat is, denk ik best fijn om te doen, maar door het stiekume geeft het ook een hoop ruzie, onderdrukzetting en zo. Ik heb niks tegen het vrijen, maar ik geloof dat het stiekume een hoop problemen geeft. We zitten toch allemaal lang genoeg in tehuizen om te weten, dat dat zowat overal gebeurt en best fijn is. Alleen je durft er niet zo over te praten. Nou, ik wel, ik wil het er best met elkaar over hebben en de leiding ook best wel".

Tijdens mijn woorden eerst doodse stilte, maar daarna een enorme opluchting en beweging. De sfeer ontspande zienderogen. En wat ik zo mooi vond: twee jongens kropen langzaam maar zeker naar hun favoriete groepsleider toe en kropen er lekker dicht naast. het mocht, het kon.

Ik zelf

Toen was ik ongeveer 35 jaar. Een jaar of twaalf eerder was ik zelf groepsleider en wist ik er eigenlijk ook geen raad mee. Sex was behoorlijk taboe in de groep, en niemand die dat kon doorbreken. En geen begeleidend orthopedagoog die ons daarbij hielp. We stelden de vraag ook niet. Ja, je hoorde of merkte weleens iets in de groep, maar wij, in ieder geval ik zelf, wist daar niet mee om te gaan. Zelf was ik streng katholiek opgevoed, met alle "moraal" en lichaamsvijandigheid van die kultuur in die tijd.

Kinderbescherming (?)

Deze flitsen uit de praktijk zijn met vele aan te vullen: een groepsleidster en een andere jongen gaan tamelijk innig met elkaar om. Zo'n leidster, zo wordt gezegd, maakt haar positie onmogelijk. De ziektewet is er goed voor. Een groepsleider werd ontslagen, omdat hij homosexueel was en dit bij zijn sollicitatie had verzwegen. Bij heterosexuele groepsleiders is dit kennelijk geen ontslagreden als ze in een meisjesgroep werken. En bij de leidsters in een jongensgroep al evenmin. Trouwens, wie zou het werk dan nog moeten doen?

Pleegouders werden benauwd, toen pleegdochter in haar enorme behoefte aan warmte al te lief met pleegvader omging. Pleegkind weg, naar een tehuis. Kunnen de groepsleiders daar aan die affektiebehoefte tegemoet komen? Een groepsleider, die een kind knuffelt, voelt zich al met één been in de gevangenis staan. Een groepsleider, die een kind krenkt, slaat, of te weinig aandacht geeft, kan jaren blijven werken. Gelukkig heeft John Brown dit in de Browndale huizen enigszins doorbroken. Er zijn gehandicapten, half-verlamde kinderen, die zichzelf niet kunnen bevredigen. Wat doen de groepsleiders/sters (of: de "verpleging") daar mee? En wat doet de staf, als "dat" hun ter ore komt? En het bestuur?

Somber

Ik ben somber over dit onderwerp. Ik vind het bedroevend gesteld met sexualiteit in onze maatschappij. Sex is apart gesteld, verguisd of verheerlijkt, geromantiseerd, vertechniseerd, maar niet geïntegreerd. En commerciëel uitgebuit. Onze samenleving is slechts schijnbaar lichaamsvriendelijk. Deodorants zijn nodig, want lichaam is vies. Slechts één vorm van sex is openlijk aanvaard: heterosex tussen volwassenen en dan nog liefst zonder "perversiteiten". Alle andere vormen vinden wel plaats, maar stiekum, net als in het jongenshuis.

Opvoeding...

Onze kinderen leren ingewikkelde wiskundesommen: relaties tussen getallen. Ze leren hoe een auto werkt, ze leren de verkeersregels en hoe spinnen zich voortplanten. Ze leren taal grammatikaal te analyseren: ze leren denken.

Wie leert hen over relaties tussen mensen? Hoe leren ze over gevoelens te praten? Leren ze hun eigen lichaam kennen, de fijne plekjes daarvan? Leren ze elkaar warmte en nabijheid geven? Of leren ze dat eerder af? Of zoeken ze het zelf wel uit, onder elkaar?

Opleiding

Wij leren hier, dat delikten en vandalisme voortkomen uit gemis: uit frustraties van wezenlijke behoeften. Beseffen we ook, hoe belangrijk lichaamswarmte, huidkontakt is, en niet alleen voor babies? Hebben we een idee van het gevolg van deze enorme kollektieve frustratie?

In mijn eigen opleiding is Freud behandeld. En de puberteit: de leeftijd, waarop sexuele gevoelens opkomen, na de "latentie"-periode. O ja? Is dat zo? Of is dat alleen in onze maatschappij zo, waarin de vorming van het intellekt centraal staat in die periode? Of is het schijnbaar zo? In het verborgene, dus géén latentie? Het moet wel stiekum. Want sex is in de beleving van veel kinderen nog altijd "vies doen", hoe lekker het ook is. Er zijn in onze omgangstaal nauwelijks positieve woorden voor "lullig" betekent slechts "zakkerig" ook, "kut" betekent "waardeloos". Die taal vormt onze kinderen.

Voer voor orthopedagogen

In onze opleiding moet toch minstens iets van de geschiedenis van de sexualiteit zitten, om te ontdekken dat het anders is geweest en anders kan zijn. Ook moeten we heel kritisch naar onze vakliteratuur kijken. In vrijwel alle Amerikaanse vakliteratuur (bv over groepstherapieën) staat homosexualiteit nog altijd als "gedragsprobleem" netjes ergens in een hoofdstuk ondergebracht: "the homosexual patient" of "...offender", want het is daar een misdrijf.

Ook in onze Nederlandse voorlichtingsboekjes staan veel vooroordelen, die we zouden kunnen ontmaskeren. Neem alleen al de titel van één van de betere boeken: "Eerste liefde, eerste sex". Oh ja? Op je 17e pas? Een immense taak voor wetenschappers van de katholieke universiteit: ontmaskeren van mythes en vooroordelen. Kunnen wij, orthopedagogen, de samenleving duidelijk maken, hoe wij onze kinderen opvoeden tot angstige, krampachtige levende wezentjes? En niet alleen hen, die naar het MOB verwezen worden.

Vragen

Tot slot geef ik enkele vragen weer, die aanstaande groepsleiders mij stelden, toen ik een lesochtend gaf over "sexualiteit in de leefgroep". Die vragen werden gesteld aan een orthopedagoog. Weet hij of zij, na de opleiding hier, daar op te antwoorden?

  • "Wat moet ik doen, als een oudere jongen in de groep verliefd wordt op mij", "Of als ik verliefd wordt op zo'n knul?".
  • "Hoe moet ik omgaan met sexuele gevoelens bij jongere kinderen?", "Hoe met zelfbevrediging?"
  • "Als je met één van de kinderen van je groep wat intiemer omgaat, kan dat wel voor de anderen in je groep?"
  • "Is het waar, dat kinderen, die moeilijk leren, sterkere sexuele gevoelens hebben?"
  • "Hoe ga ik om met het verschil in opvoeding tot en beleving van sexualiteit tussen mij en de kinderen? Ik vind het iets moois, maar zij doen zo grof. Zij hebben geloof ik ook wel meer ervaring dan ik!"
  • "Hoe ga je om met grove taal, schuine moppen, sexboekjes?"
  • "Wat die je als je homosexuele praktijken in je groep ontdekt?"
  • "Weer je een goed boekje om de kinderen voor te lichten?"


Op deze vragen ben ik bereid antwoord te geven, alleen de laatste vraag beantwoord ik hier: "Sex is meer dan recht op en neer". Geschreven door werkende jongeren: Gerard Donkers, Josje Janssen en Hans van [den] Yssel, uitgegeven bij Stichting Publikaties SOF, Javastraat 33, Nijmegen (ƒ 8,50). Van dit boekje kunnen wij nu wat leren.

bron: Artikel 'Over seksualiteit 1' door Frans Gieles; Pedant, Nijmegen; juli 1981