Themanummer over seksualiteit, erotiek en onderwijs

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Ben je pas een goede leerkracht wanneer je met je pupillen naar bed gaat? Die indruk zou je kunnen krijgen, wanneer je het themanummer over seksualiteit, erotiek en onderwijs Blikken en blozen [november 1985] leest, van het blad Vernieuwing van opvoeding, onderwijs en maatschappij. Dat zou echter de verkeerde indruk zijn.

De redactie omschrijft het thema nogal breed: voorlichting, vorming, erotiek in de leerkracht-leerling-relatie, coëducatie, seksueel misbruik, de antidiscriminatie wetgeving, pedagogische eros enzovoorts. Bij nadere beschouwing gaat het vooral om lichamelijkheid, erotiek en seksualiteit, zoals die in potentie of daadwerkelijk in de relatie tussen leerkrachten en leerlingen aanwezig kunnen zijn, en de complicaties die daar naar verschillende kanten toe aan vast zitten. Het thema wordt in verschillende vormen behandeld: dagboeknotities, interviews met leerlingen en met leerkrachten, een praktisch artikel over de wetgeving en meer theoretische artikelen. Hoewel er het een en ander op aan te merken valt, is dit themanummer een unieke, en bij mijn weten nog niet eerder uitgevoerde onderneming. Wanneer je bekijkt in welke kwalijke sfeer van verdachtmaking en criminalisering het onderwerp erotiek en seksualiteit tussen ouderen en jongeren de laatste jaren terecht is gekomen, kan de redactie alleen maar geprezen worden om de moed zo'n nummer uit te brengen. [...]

De redactie stelt dat erotiek altijd in de lessituatie aanwezig is. Is dat wel zo? Erotiek is niet ergens op 'natuurlijke' wijze aanwezig. Erotiek heeft te maken met de betekenis die mensen aan een bepaalde situatie of gebeurtenis geven. Er zullen dan ook legio leerkrachten zijn voor wie de lessituatie volslagen onerotisch is (hoe zit dat eigenlijk met de 'doorsnee' - leerkracht?). Stellen dat die gevoelens er wel degelijk zijn, maar dat ze onderdrukt worden, lijkt me al te simplistisch.

Natuurlijk bestaan er wel leerkrachten die erotische gevoelens hebben ten opzichte van hun leerlingen. Over die gevoelens wordt door de redactie niet problematisch gedaan: die zijn er nu eenmaal en er is niets ongezonds aan. Tegelijkertijd wordt er echter een scheiding gesuggereerd tussen seksueel misbruik enerzijds en leerkrachten die integer met hun erotische gevoelens omgaan anderzijds. Die scheiding is niet zo absoluut. Ook bij verliefdheid, erotiek en relaties spelen belangen mee. Daarom maken machtsverschillen het geheel zo gecompliceerd. [...]

Helaas maken de auteurs nergens duidelijk wat we nu onder erotiek en pedagogische eros moeten verstaan. Dat brengt een zekere vaagheid met zich mee. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het theoretische artikel van Thijs Maasen over het begrip 'pedagogische eros', zoals dat in het begin van deze eeuw een rol speelde in bepaalde (Duitse) pedagogische theorieën. [...] Hetzelfde geldt voor het artikel van Saskia van Oenen, waarin de ideeën van Alice Miller en René Schérer helder en duidelijk uiteen worden gezet. Onduidelijk blijft echter hoe de betrokkenheid die Schérer propageert er nu precies uitziet. [...]

Erg leuk om te lezen vond ik het verhaal van Vera Goedhart en Saskia van Oenen, dat voor een deel bestaat uit citaten uit het werk van de pedagoge Ietje Kooistra. Die citaten komen uit haar boek Onze Grootte Kinderen, dat aan het begin van deze eeuw verscheen. Ook zij pleit voor een vorm van pedagogische eros. Maar zij vult deze heel anders in dan de hiervoor genoemde Schérer. Tenminste dat maak ik uit de gekozen citaten op: Een leerkracht moet liefde opwekken bij de leerling, want dat zet hem of haar aan tot presteren. De gevoelens die volgens Kooistra bij leerlingen zouden moeten worden opgeroepen zijn die gemoedstoestanden, die horen bij verliefdheid: angst voor afwijzing, het bijna dwangmatig aan de ander moeten denken, voortdurend hopen op een bevestiging van de wederzijdse verliefdheidsgevoelens. [...]

Kooistra heeft het in het bijzonder over de lerares-meisje verhouding. Vooral in deze relatie is de pedagogische eros van belang omdat het de heteroseksuele relatie uitstelt, er tegelijkertijd een voorbereiding op is en de leerlinge niet van prestaties afhoudt. Daarom is zij ook geen voorstander van coëducatie: die zou voortijdige heteroseksuele spanningen oproepen en de individuele ontwikkeling van het meisje in een verkeerde richting afbuigen.

bron: Betreft themanummer Vernieuwing van opvoeding, onderwijs en maatschappij, november 1985; Review door Theo Sandfort; Jeugd en Samenleving; januari 1986