Van Kerstman tot shamaan - De onuitroeibare herinnering aan een oerpedofiel

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Door: M. de Jong

Wie aan Kerst denkt, denkt automatisch aan de Kerstman. Er zullen weinig mensen zijn die zich er bewust van zijn dat de Kerstman eigenlijk helemaal niets met de geboorte van Jezus te maken heeft. En wat te denken van sommige "kerstsymbolen" zoals de kerstbomen met hun rode slingers, ballen en kaarsjes. In feite hebben deze dingen natuurlijk niets te maken met het Christelijke geloof, maar werden blijkbaar daarin ooit opgenomen om andere redenen.

Denken we even na, dan weten we natuurlijk wel waar de Kerstman vandaan komt, "Santa Claus" is natuurlijk gewoon een verbastering van Sinterklaas! Gelukkig is er nog veel bekend over hoe die transformatie tot stand kwam. Santa Claus werd niet, zoals veel Amerikanen denken, in 1823 bedacht door Clement C. Moore (de schrijver van het gedicht "A Visit from Saint Nicholas", met de bekende openingszin "Twas the night before Christmas and all through the house...") maar Sinterklaas werd herboren op een andere manier, in het jaar 1626 toen een schip met Nederlandse pioniers in Amerika aankwam en de kolonie Nieuw Amsterdam stichtte. Het boegbeeld van hun schip was dat van Sint Nicholaas, de beschermheilige van de zeemannen. Nog geen dertig jaar later werd de kolonie verkocht aan de Engelsen en omgedoopt in New York. Honderdvijftig jaar later was dat nog slechts een herinnering toen de Amerikaanse essayist Washington Irving de legende van Sint Nicholaas vermeldde in zijn "Knickerbocker History of New York", en daarmee de aanzet gaf tot de revival van "Santa Claus". Door hem verder te kerstenen en "politiek correct te maken". Hij creëerde het beeld van de pijprokende bebaarde Nederlandse zeeman in zijn (toen nog groene) winterjas, vergezeld door zijn "elven" (de moorse slaven waren te politiek incorrect). En zijn rendieren, (die overigens in de winter geen gewei dragen, maar ach...). Ook werd de datum van het feest dichter naar de viering van het kerstfeest gebracht om het nog meer aan te laten sluiten bij het Christelijke geloof.

Wat bleef was de vrolijke oude man die man die kinderen zowel schrik aanjoeg als cadeautjes en liefde schonk. Later werd Santa Claus verder gecommercialiseerd, zoals vooral blijkt uit het veranderen van zijn kostuum in een rood en wit gewaad, de Coca Cola kleuren, een direct gevolg van reclame campagnes met een Cola drinkende in rood gehulde Santa waarmee Coca Cola onder het verbod uit wist te komen dat hun reclames zich niet op kinderen mochten richten (in verband met hun Cocaïne reputatie). Maar terug naar Sinterklaas, en hoe zit het met die kerstboom?

De officiële versie is natuurlijk dat Sinterklaas de legende is van een Christelijke heilige die in Spanje (of Turkije) leefde en die verschillende wonderen deed, waaronder het weer tot leven brengen van vermoorde, en in stukken gesneden en gepekelde kinderen. We kennen deze verhalen allemaal wel, (waarin Sinterklaas merkwaardigerwijs geen helpers heeft). Echter het Vaticaan heeft in 1970 al toegegeven dat deze legendaire figuur(en) nooit bestaan hebben. Nee, de ware achtergrond licht veel dieper en verder in de geschiedenis verborgen. Toen het Christelijke geloof eindelijk vaste voet begon te krijgen in onze noordelijke landen troffen ze daar een volk aan dat een veelheid aan goden aanbad, voor elk aspect in het leven was er wel een god. Ze hadden de grootste moeite om deze mensen te bekeren, en waren o.a. gedwongen om hun heilige plaatsen te vernietigen of over te nemen. Deze mensen hadden nog een natuurgeloof, en aanbaden bijvoorbeeld heilige bomen. De Christelijk kerk kapte deze bomen om, maar zag zich toch gedwongen een compromis te sluiten en veel van de heidense gebruiken over te nemen in een gekerstende versie. Een van de populairste goden was de god voor de hoeren, zeelieden en kinderen. Dit werd geassimileerd in de fictieve "bisschop van Mira", die in plaats van deze god voortaan aanbeden moest worden en die daarbij de boven beschreven "doelgroepen" behield.

Een ander winters gebruik dat overgenomen moest worden was de viering van "de terugkeer van de boom" waarbij een priester/shamaan die een groene mantel droeg met witte versieringen, en een torenvormige kroon op zijn hoofd had, een processie hield met een boom met daarin gekleurde lichtjes. Deze shamaan ging ook voor in de aanbidding van de genoemde goden. Een van deze goden werd voorgesteld als een in dierenvel gehuld figuur met een gewei op zijn hoofd en een roede in zijn hand. Het was de oude god Herne/Pan, en was in feite zelf een vertegenwoordiger van het shamanisme. Hij werd bijgestaan door zijn "zwarte helper", een figuur die berucht was om zijn potsen en streken. Deze was vooral bekend in zijn rol als "boeman" om kleine kinderen mee bang te maken. Het lijkt er sterk op dat deze "zwarte helper" model heeft gestaan voor de Zwarte Pieten, en zijn vele andere verschijningsvormen als "Swarthy", zoals hij in Duitsland bekend stond, en als "Robin Goodfellow" zoals hij in Engeland bekend was. Overigens, de creatie van de huidige Zwarte Piet hebben we waarschijnlijk te danken aan de afkeer van de Nederlanders van de bezettende Spaanse macht, en hun moorse helpers. Het deze Moren tot "slaven" van Sinterklaas te maken was blijkbaar een soort subtiele wraak. Daarom lopen Zwarte Pieten nog steeds in hun van originele moorse klederdracht.

In feite is Sinterklaas/Santa Claus dus een verzameling van verwrongen herinneringen aan al deze oude religieuze symboliek. Wat zit er echter nu achter deze religieuze symboliek? Het is duidelijk dat het symbolen zijn van het terugkeer van de lente na de winter, en van het midwinterfeest de "Jule". Maar ook van shamanisme zelf. Blijkbaar speelde de shamaan een bijzondere rol in het leven van kinderen, die van hem speciale aandacht en cadeaus kregen, maar die ook bang waren voor zijn "zwarte helper".

Wat betreft de kerstboom met zijn kaarsjes, er zijn aanwijzingen dat tijdens de midwinterbijeenkomsten van de jager/verzamelaars uit de oertijd men (alle mensen uit de omringende gemeenschappen) gezamenlijk op jacht gingen, en daarna een groot feest hielden waarbij de gevangen dieren ritueel geslacht werden. Vervolgens werd een "geef het vuur terug aan de goden" ceremonie gehouden waarbij de gift van het vuur, van de goden aan de mens, werd herdacht (deze "gift" was in feite een blikseminslag in een boom, die deze in brand zette, de oorspronkelijke manier waarop de mens aan vuur gekomen schijnt te zijn). De ceremonie bestond er uit de ingewanden van de geslachte dieren, alsmede enkele organen als de harten en de levers et cetera, in de boom te hangen, en deze boom vervolgens in de brand te steken. De slingers en kerstballen en de kaarsjes van de kerstboom zijn daar nog een herinnering aan.

Het organiseren en leidden van deze ceremonie was een van de hoofdtaken van de shamaan. Een andere kan geweest om op te passen op de kinderen van de ouders die aan het jagen (mannen) en verzamelen (vrouwen) waren (hetgeen inhield dat ze soms dagen uit de nederzetting weg waren) en ze te beschermen tegen vijandige invallen, maar ook het verzorgen van de (seksuele?) initiatie rites van deze jongeren.

Shamaan kon je niet zomaar worden, een oudere shamaan zocht een pupil waarvan hij het vermoeden had dat deze aanleg hadden voor een bestaan waarin de jongen niet met de andere jongens op jacht kon gaan, en waarbij hij de geestelijke en spirituele eigenschappen had die hem tot een goed shamaan konden maken. Daaronder de behoefte om met de (allerkleinste) kinderen om te gaan, die hij onder zijn hoede kreeg. Deze jonge helper is dus mogelijk de "zwarte helper" van de overlevering, die met zijn jeugdige potsen deze kleinste kinderen schrik aan jaagde. Het is dus niet ondenkbaar dat er voor de roeping van shamaan speciaal iemand gekozen werd die de karaktertrekken heeft van iemand die we nu "pedofiel" zouden noemen. Natuurlijk blijft het bewijs van deze stelling verborgen in de mist van de geschiedenis, maar wellicht is Sinterklaas, de kindervriend, dus inderdaad een herinnering aan een oerpedofiel.

bron: Artikel 'Van Kerstman tot shamaan - De onuitroeibare herinnering aan een oerpedofiel' door M. de Jong; OK Magazine, nr. 88; december 2003