Van Ree denkt met ons mee

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Door: Maarten Admiraal

De psychiater dr. Frank van Ree schreef een belangwekkend boek over pedofilie. Eindelijk verscheen er een publicatie die het onderwerp op een evenwichtige en intelligente wijze behandelt.

Waar negentiende-eeuwse rassentheoretici het negervraagstuk opvoerden in hun geschriften, blijkt het in de 21ste eeuw nodig te zijn pedofilie als maatschappelijk vraagstuk op te voeren. De controverse rondom het onderwerp pedofilie lijkt in Nederland, zeker na de Dutroux-affaire, heviger dan tevoren. Tegenstanders schromen niet over te gaan tot zeer hetzerige methoden om verdedigers de mond te snoeren. Wanneer je de moed hebt je in gunstige zin uit te laten over de kwaliteit van een jongere-oudere relatie, word je al snel zwart gemaakt en over één kam geschoren met potentiële moordenaars dan wel voor een verschrikkelijke viezerik uitgemaakt. Het gevolg is een vergaande taboeïsering van het onderwerp, onwetendheid, angst en frustratie.

Een voorbeeld: in NRC handelsblad van 23 februari 2001 staat een bericht over de voormalige Franse studentenactivist en nu gesettelde groene Europarlementariër Daniel Cohn-Bendit. "Cohn-Bendit: pedofilie als provocatie". We lezen dat Bettina Röhl, dochter van de Duitse RAF-terroriste Ulrike Meinhof, Cohn-Bendit in een kwaad daglicht heeft gesteld. Aanleiding was het boek Der Grosse Basar dat in 1975 verscheen, waarin Cohn-Bendit onder andere vertelt hoe hij als onderwijzer op een anti-autoritaire kleuterschool in Frankfurt zijn pupillen gestreeld zou hebben. Sommige kinderen zouden zelfs aan zijn gulp gezeten hebben. Cohn-Bendit distantieert zich nu van die passages. Anno 2001 ontkent hij dat er sprake zou zijn van pedofilie of van seksuele relaties. De passages zouden voortkomen uit een behoefte aan pure provocatie. Of je nu het strelen als een uiting van een pedofiele inslag wilt typeren doet er op zich niet zoveel toe. What's in a word.

Interessant is echter als Cohn-Bendit, afgaande op de berichtgeving, zegt dat pedofilie een van de meest abjecte misdaden is die er bestaan. Dat is opmerkelijk. Nu ken ik Cohn-Bendit en zijn werk verder niet, maar het is toch opmerkelijk dit te horen van iemand die ooit een anti-autoritaire opvoeding nastreefde en een voorvechter was van democratiseringsprocessen op universiteiten.

Het argument dat Cohn-Bendit aanvoert ter verwerping van pedofilie is dat hij nu veel meer weet over seksueel misbruik dan toen. Waar hij precies op doelt valt uit het bestek van het artikel niet op te maken, maar op het eerste gezicht lijkt dit argument voort te komen uit de geweldige verwarring die er over dit onderwerp heerst. Pedofilie is op zich natuurlijk geen misdaad. Hoogstens kunnen bepaalde seksuele handelingen met kinderen in strijd zijn met de wet. Cohn-Bendit verwart de term met seksueel misbruik.

Maar wat is vervolgens seksueel misbruik? Het is in het algemeen bekend dat in de huidige tijd berichten over seksueel misbruik met kinderen tot enorme proporties worden opgeblazen. Het wordt het publiek niet gemakkelijk gemaakt zich een genuanceerd en op kennis van de feiten gebaseerd oordeel te vormen over jongeren-ouderen relaties in het algemeen en seksualiteit met kinderen in het bijzonder.

Dat de media hierin een belangrijke rol spelen is overduidelijk. De media zijn in staat de tijdgeest naar hun hand te zetten en te bespelen. Waar vroeger journalisten en onderzoekers hun werk beperkten tot het geven van objectieve en gedegen informatie, worden er nu de vreemdste capriolen uitgehaald om de journalistiek bij wijze van spreken elk jaar een nieuw gezicht te geven. Reality TV, de Willibrord Frequin-methode, undercover journalistiek enzovoorts. Het publiek wil spanning en sensatie. En daartoe moeten onderwerpen uitvergroot en met veel aplomb afgevuurd worden op het publiek. Pedofilie is een onderwerp dat zich hiertoe kennelijk dankbaar leent. In harde tijden zijn kinderen heiliger dan ooit. Ze zijn de hoeders van het nageslacht en dienen met alle zorg en bescherming omringd te worden opdat ze niet in dezelfde fouten als volwassenen vervallen. Op zich een nobel streven en wellicht ook een te rechtvaardigen standpunt, maar de wijze waarop het publiek vervolgens het onderwerp pedofilie uitkotst en criminaliseert, grenst wederom aan het waanzinnige. Op het eerste gezicht lijkt er in dit tijdsgewricht belang gehecht te worden aan relativering, tolerantie en democratische waarden. Maar o wee als er een pedofiel in de straat komt wonen.

Zijn we dan toch niet zo tolerant? Wat is er aan de hand? Waarom is de repressie van pedofilie harder dan ooit ondanks het feit dat we tegenwoordig meer dan ooit gewend lijken te zijn aan afwijkende seksuele verschijningsvormen? Of is die gewenning slechts schijnbaar? Is er niet gewoon sprake van een soort consumptieve stompzinnigheid die alles tolereert waar het volwassenen betreft? Volwassenen wordt het vermogen toegedicht verantwoordelijkheid voor hun eigen handelen te kunnen dragen. Jeugdigen wordt dat ontzegd, kennelijk. Immers, seksueel moeten ze beschermd worden en worden ze niet in staat geacht vrijelijk te beschikken over het recht een partner te kiezen.

Een verklaring voor deze manifestatie van onze tijdgeest is moeilijk te geven. Er zijn op een gegeven moment cultuurnormen die heersen. Waar voorheen progressieve auteurs, intellectuelen enzovoorts pedofilie accepteerden als een optie, een keuzevrijheid mits die in alle fatsoenlijkheid beleefd wordt, lijkt het er nu op dat negatieve geluiden van diezelfde mensen de boventoon voeren.

Het is zelfs niet uit te sluiten dat ook doorgaans weldenkende mensen a priori fel gekant zijn tegen pedofilie en weigeren hierover genuanceerd te denken. Wat nu is genuanceerd denken? Een vorm van denken waarbij de gedachte niet vertroebeld wordt door emoties, een vorm van denken waarbij onafhankelijkheid en kritiek, ook zelfkritiek, belangrijke deugden zijn, een vorm van denken waarbij geen overhaaste generalisaties worden gemaakt en tenslotte een gedachtegang die niet geïnfecteerd is door de waan van de dag.

Het is al heel wat als je in staat bent te zeggen dat pedofilie niet per definitie seksueel misbruik impliceert. Veel mensen, ook wetenschappelijk ingestelden, gaan daar tegenwoordig klakkeloos van uit. Zou je op basis van onderzoek beweren dat een pedofiele relatie niet tot misbruik en schade hoeft te leiden, dan moet je niet gek staan kijken als je onderzoeksresultaten gesaboteerd worden en je als onderzoeker dekking moet zoeken.

Want dat is de realiteit, het gebeurt. Deze maatschappij is een paniekmaatschappij waarin het slachtofferdenken een hoge vlucht genomen heeft. Veelzeggend is de wijze waarop het onderzoek van Bauserman, Rind en Tromovitch door de Amerikaanse overheid verdacht is gemaakt (zie OK 67, 69 en 70).

Frank van Ree hoort, getuige zijn nieuwe boek Pedofilie; een controversiële kwestie, niet bij die mensen die bij voorbaat een gekleurde bril opzetten en het onderwerp met afschuw en vernedering bekijken. Van Ree heeft oog voor de feitelijke realiteit en laat zich niet meeslepen door de communis opinio. Hij ziet dat pedofilie een problematische en complexe zaak is. Hij constateert dat pedofiele relaties niet schadelijk hoeven te zijn, maar dat de volwassen partner in kwestie zich zeer goed moet realiseren in welk tijdsgewricht we leven. Daar heeft hij gelijk in.

Hij baseert zich hierbij op eigen ervaringen en inzichten en onderzoeksgegevens van anderen. "Het dilemma is, dat elke overtreding van een wet en/of taboe tot schade kan voeren, terwijl tegelijkertijd eerbiediging van taboes de menselijke vrijheid belemmert en daardoor schade en lijden kan veroorzaken", schrijft van Ree. Hij toont hiermee oog te hebben voor maatschappelijke knelpunten, maar ook voor de ontwikkeling van het individu.

Van Ree ziet dat de problematiek zich op meerdere niveaus manifesteert. De moeilijkheden beginnen al bij de woorden en hun definities. Er is daarover geen eenduidigheid. Wat is seksueel misbruik eigenlijk? En waar hebben we het over als we praten over het kind? Van Ree gaat er op in. Zo maakt hij een zinvol onderscheid tussen kind en jongere, tussen pedofilie (het vallen op kinderen die nog geen rijpingsverschijnselen tonen) en efebofilie/parthenofilie (het vallen op jongens respectievelijk meisjes in de fase van hun rijping naar volwassene). In de huidige discussies wordt er vaak geen verschil gemaakt tussen een jongere van 14 en een kind van 8.

Daarnaast onderwerpt hij begrippen als macht, seks, erotiek aan een nauwkeurigere begripsanalyse. Het is van groot belang steeds weer deze woorden te definiëren in een serieuze discussie, daar er anders op een fatale manier langs elkaar heen gepraat wordt. Op een ander niveau speelt de vraag of bepaalde handelingen wel als seksueel misbruik dienen te worden betiteld. Heel duidelijk is Van Ree in zijn veroordeling van commerciële kinderporno, en terecht. Maar of bepaalde seksuele handelingen tussen een volwassene en een jongere per definitie seksueel misbruik genoemd moeten worden, daar is Van Ree minder zwart-wit over. En ook dat is terecht. "Kinderseks met grote mensen mag, grote mensenseks met kinderen mag niet" (p.86).

Het is een verademing dat er na het monomane en lachwekkende boek van Ireen van Engelen een boek als dit verschijnt. Het boek van Van Engelen beschreef eerder de tocht van de hoofdpersoon Ireen op zoek naar haar eigen identiteit als pedagoge en moraliste. Nergens was dat boek gebaseerd op duidelijk onderzoek en in die zin was het een onmogelijk serieus te nemen analyse van het fenomeen pedofilie. Er stond veel onzin in.

Maar over veel andere dingen wordt ook onzin beweerd, terwijl er toch niet zo'n paniek over heerst. Willen we dus het vraagstuk van de pedofilie als controversiële kwestie begrijpen, dan moeten we er een meer algemene cultuuranalyse op loslaten. Heel kort: de westerse mens is het product van een christelijke beschaving waarin al vroeg een duidelijke scheiding tussen lichaam en geest werd gemaakt. Reeds in de vierde eeuw bij Augustinus was dit het geval. Descartes bouwde vervolgens zijn gehele denken op het onderscheid. Tot in deze eeuw heeft dit denken kritiek gehad. Een filosoof als de Canadees Charles Taylor beschouwt liefdesrelaties en relaties in de intieme sfeer als belangrijke bronnen van zelfonderzoek, zelfontdekking en erkenning. De grote kloof tussen denken en voelen is wellicht heden ten dage groter dan ooit. Het overbruggen van die kloof is dan ook de opgave waar de westerse mens zich voor gesteld weet, althans in de optiek van Charles Taylor.

Toch is het paradoxaal. We zijn enerzijds vergevorderd in onze acceptatie van minderheidsgroepen, ook op het seksuele vlak. Alhoewel Hekma in het boek van Van Ree stelt dat er zijns inziens nog veel te weinig "gebeurt" (p.33), geloof ik dat onze afkeer voor het lichamelijke langzaam aan het wegebben is. We laten dat zien door er juist overdreven de aandacht op te vestigen.

Maar er is nog wel een grote publieke afkeer van relaties waarover minder bekend is. De afkeer van pedofilie is kwalitatief in wezen niets anders dan de afkeer van het volk van asielzoekers etc. Wat onbekend is maakt onbemind. Voorlichting door kundige mensen is dan ook van groot belang. Er is anno 2001 nog veel onduidelijkheid over wat pedofilie is en wat het niet is. Ook binnen opleidingsinstituten is er niet veel over bekend. Frank van Ree schrijft dat hij in 1999 nog sprak met een erkend psychotherapeut die moest bekennen dat er tijdens de studie- en specialisatiejaren met geen woord werd gerept over pedofilie (p.54). Dat geeft te denken.

Her en der laat Van Ree een steekje vallen. Dit betreft dan vooral feitelijke informatie. Hij schrijft onterecht dat het klachtvereiste in 1999 werd afgeschaft. Ook schrijft hij dat de Kamercommissie van Justitie in 1999 een wetsontwerp goedkeurde, volgens hetwelk een jongen of meisje tussen veertien en zestien jaar seksuele betrekkingen zou mogen onderhouden met een andere persoon, als deze maar niet meer dan vijf jaar ouder is. Wellicht werd dit idee destijds geopperd, maar het ziet er al lange tijd naar uit dat het klachtdelict afgeschaft gaat worden en seksuele betrekkingen onder de zestien categorisch verboden zullen worden!

Concluderend kunnen we stellen dat Frank van Ree zich gelukkig niet heeft laten meeslepen in de stroom van negatieve gedachtevorming over pedofilie. Hij heeft zijn kritische onafhankelijkheid bewaard. Het boek is een goede aanzet tot een genuanceerde discussie over pedofilie.

Ree, Frank van. Pedofilie, een controversiële kwestie: analyse van een maatschappelijk vraagstuk. Swets & Zeitlinger (Postbus 820, 2160 SZ Lisse), 2001. ISBN: 90 265 1688 6. Fl. 49,50

bron: Boekbespreking 'Van Ree denkt met ons mee' door Maarten Admiraal; OK Magazine, nr. 78; augustus 2001