Wat doe jij met mijn kind?

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Mr. Abspoel, hoofdofficier van justitie te Alkmaar, heeft eens gezegd: 'Handelingen voortkomend uit liefde, genegenheid, tederheid, ongeacht de leeftijd van de partner, kunnen (in 1974) niet meer bestempeld worden als "ontucht" en vallen dus niet onder de strafwet.'

Begrip voor mijn situatie, ach bij een enkeling misschien. De meerderheid van 'onze' samenleving sluit liever de ogen en laat zich koesteren door haar vooroordelen. Hun vooroordelen zijn verheven tot wet, ten koste van vele volwassenen en kinderen. Dat alles heeft die samenleving voor mij gedaan. Een reden voor dankbaarheid mijnerzijds? Een monument ter herinnering? Ik zou het moeten vormen uit haat, gebouwd op bitterheid. Verbitterd ben ik, aan haat ben ik nog niet toe. Dat is het resultaat van mijn confrontatie met 'de' samenleving, die ik duidelijk niet meer zie als 'mijn' samenleving. Straks kom ik daarin weer terug. En zal het voor mij beter worden. Slechter kan immers niet meer. Ik red mij straks wel weer. Maar die mensen in de samenleving? Hoe zullen zij mijn terugkeer ervaren? Velen zullen bang zijn. Bang voor mij en mijn gevoelsgenoten. Angst voor boze mannen. Overbodige angst, over zichzelf opgeroepen door hun taboes, vooroordelen en frustraties. Wanneer stellen zij zichzelf in vrijheid? Of kregen zij levenslang?

Angst: ouders zijn bang. Het gebrek aan voorlichting en de al jaren bestaande fabeltjes en vooroordelen maken hen angstig voor de gevolgen van deze relatie. Jaloezie: het is voor de meeste ouders niet te accepteren dat hun kind een relatie heeft met een ander, waarin het dingen ervaart die zij hun kind niet kunnen bieden. Vermeend eigendomsrecht: ouders beschouwen een kind als hun persoonlijk eigendom. Zij hebben het gemaakt en zij bepalen wat goed en slecht is, wat er moet gebeuren. Zij zien het kind niet als zelfstandig mens, die begeleiding nodig heeft. Het is voor hen onverteerbaar dat hun 'macht' over hun kind faalt in het contact met mij. Geen maatregel of straf is effectief. Het kind, dat voor contact met mij heeft gekozen, is niet meer weg te houden. Niets helpt. Er is maar één manier: redelijk overleg tussen ouders en kind. [...] Helaas, hoeveel ouders zijn in staat tot een dergelijk overleg met hun kind? Daarom nemen veel ouders als laatste redmiddel hun toevlucht tot geweld. Geweld tegen het kind dat daardoor nog verder van de ouders af komt te staan en nog meer steun komt zoeken bij de pedofiel, die onmachtig is om in dit soort situaties nog iets te doen. [...] Geweld tegen mij. Ook dat lost niets op, het maakt het alleen maar moeilijker voor de ouders en het kind.

Het bovenstaande zou misschien de indruk kunnen wekken dat ik alleen maar aan seks kan denken. Dat is niet het geval, seks is voor mij maar een klein onderdeel van het leven. Door het verbod, wat op mijn seksualiteit rust en de afwijzende manier van reageren van de samenleving, wordt dit aspect opgeblazen tot 'het grote probleem'. Daardoor word ik weer gedwongen er veel over te schrijven. Een beschrijving van een spelletje ganzenbord zal niemand interesseren, hoewel dat spel voor mij soms prettiger is dan dat stukje seks.

bron: Uit het boek 'Wat doe jij met mijn kind? - Taboe-doorbrekend dagboek van een pedofiel over zijn ervaringen met kinderen, de rechterlijke macht en de maatschappij' door Sytze van der Velde; Met een bijdrage van sociaal-psycholoog Theo Sandfort; Veen uitgevers; Utrecht/Antwerpen; 1981