Zedenwet blijft gebaseerd op een negentiende-eeuwse moraal

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Na een brede, maatschappelijke oriëntering had het kabinet toen een wetsvoorstel gereed, dat beoogde de zogenaamde zedelijkheidswetgeving grondig te herzien. Door een nogal onzorgvuldige publiciteit ontstond commotie in moralistisch Nederland: de regering morrelde aan de leeftijdsgrens waarop seksueel gedrag toelaatbaar kon zijn. De minister schrok van de reacties en zag ervan af, het wetsvoorstel aan de Kamer aan te bieden. Zoals het zich nu laat aanzien, gaan wij het jaar 2000 in met een zedenwet die blijft gebaseerd op een negentiende-eeuwse moraal, waarin begrippen worden gehanteerd als "vleselijke gemeenschap" en "ontuchtige handelingen", wetgeving die nog steeds basaal als uitgangspunt normering van de zedelijkheid kent.

Het Clara Wichmann Instituut noemde het een verademing dat deze archaïsche termen op voorstel van de commissie-Melai zouden worden vervangen voor "seksuele handelingen". Gesteld wordt: "Niet de aard van de seksuele handelingen en contacten zelf, maar het feit dat zij worden afgedwongen is naar het oordeel van de commissie de voornaamste grond voor het optreden van de strafwetgever". De minister ging verder en onderstreepte wat de vrouwenbeweging jarenlang had benadrukt: geweld wordt niet als pijnlijk en vernederend ervaren door het soort seksuele handelingen, maar door de dwang, de agressie, de wil tot vernederen die het uitdrukt. [...]

Een absolute leeftijdsgrens voor jongeren van 16 jaar, waaronder seksuele relaties altijd strafbaar zijn, beschermt die jongeren niet. Integendeel, misbruik blijft hun schuld. Voor hen is immers iedere seksuele handeling taboe, ook als zij er wel voor gekozen hebben. Voor bescherming is nodig dat mensen, ook jongeren, zelfbeschikkingsrecht hebben en ook kunnen afdwingen. Daarom is het handhaven van de archaïsche leeftijdsgrens een gemiste kans. Voorzitter, het mag duidelijk zijn. Wat mij betreft komt die algehele herziening van de zedelijkheidswetgeving er wel.

bron: Handelingen Tweede Kamer; Van Es (GroenLinks); 17 oktober 1990